Schapen en herders,

Als kind ging ik wel eens met mijn ouders naar een schaapskooi. We woonden op de Veluwe, dus dat was een regelmatig terugkerend uitstapje. 

Altijd leuk om te zien, vooral als er lammetjes waren. Maar het mooiste was als de herder met de kudde op de hei liep. Dan moest je even gaan zoeken en meestal hoorde of rook je wel waar de kudde was.

Een idyllisch gezicht was dat. Vooral omdat wij dat natuurlijk alleen met mooi weer deden. Als het regent of waait is het lang zo leuk niet om herder te zijn. Maar met mooi weer leek het mij wel leuk, herder zijn. Met je honden, schaapjes en genoeg tijd om een beetje te lezen…  (dacht ik)

En als ik het verhaal van de goede herder hoorde in de kerk dan dacht ik aan dat plaatje. Hei, mooi weer, zachte wollige schaapjes, en de Here Jezus die gezellig tegen een boom aan zit en op de kudde past.

Maar een herder in Israël is nog weer anders dan in Nederland. Daar geen heide, houten schaapskooi  en veiligheid. Maar bergen, kloven, geen overdekte schaapskooi, maar alleen een soort muur,  en overal wilde dieren die ook dol zijn op schaap. De herders zijn vaak dagen op pad met de kudde om maar een beetje gras te vinden. Moeten precies weten waar nog wat water te vinden is. En moeten dapper zijn en sterk om hun dieren te beschermen tegen andere dieren of veerovers.

Een herder is daarom meestal geen lieve zachtaardige man, maar juist een ruwe gast met handen als kolenschoppen.

Als Jezus zich vergelijkt met een herder ziet hij zichzelf niet zozeer als een zachtaardige publiekslieveling, maar als ruwe gast, met het hart op de juiste plaats. Loopt hij door de poep, draagt hij de zwakste mee en geeft hij de kudde richting aan. Daar is water. Dat is gras. Daar is leven.

En als het er op aankomt, zet hij zijn leven in voor zijn schapen.

Tenslotte waren juist herders als eerste bij hem op kraambezoek. Dat schept een band.

Marieke Ariesen-Holwerda


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *