Op goed geluk

Terwijl ik dit schrijf, zijn wij met het gezin op vakantie in eigen land. Op dit park zit ook mijn zus met haar kinderen. Ze hebben een huisje op hetzelfde rijtje als wij en zitten hier grotendeels in dezelfde periode. We hebben onafhankelijk van elkaar een vakantie geboekt. Als je hier kansberekening op los laat, dan is de kans dat dit samenvalt heel klein. We noemen dit dan ook wel toeval.

Sommige mensen willen niet teveel aan het toeval overlaten. Maar in hoeverre kunnen wij zaken zelf bepalen? Velen willen graag geluk beleven en proberen daarom de omstandigheden zo te beïnvloeden, zodat ze meer geluk hebben. Geluk is een doel op zich geworden en onlangs las ik dat de controle hierop een illusie is. Ik denk dat hier wel een kern van waarheid in zit en zie het daarom niet als een hele nuttige bezigheid. Want hoe kunnen wij nu zeker weten wat ons gaat overkomen? We kunnen kansen op een ongeluk of ziekte wel verkleinen, maar nooit elimineren.

Ik zie dat veel mensen bijgelovig zijn. Kijk maar eens naar de voetballers, die allemaal rituelen hebben om hun slagingskans te vergroten. Of naar mensen om je heen die afkloppen op ongeverfd hout, om iets te voorkomen dat ze net hebben uitgesproken. Velen denken dat we geluk kunnen afdwingen door rituelen. Zij denken dat er meer is dat invloed heeft op wat er gaat gebeuren.

Natuurlijk is er meer, alleen denk ik niet dat God van ons vraagt om er zulke rituelen op na te houden. Het is ook niet zo dat God alle omstandigheden beïnvloedt om ons maar continu geluk te laten hebben in het leven. Zijn doelen zijn hoger dan de onze en onze geluksbeleving is daarom voor Hem van ondergeschikt belang. Natuurlijk heeft God invloed op heel veel zaken, maar ik denk dat God meer het grote geheel overziet en daarop handelt en daardoor zien wij niet altijd Zijn hand in bepaalde zaken. Laat ik een voorbeeld noemen:

Een boer heeft één zoon en één paard. Op een dag loopt het ene paard van de boer weg. De buren zeggen: ‘De boer heeft dikke pech’. Twee dagen later komt het paard terug met allemaal wilde paarden. De buren zeggen: ‘De boer heeft geluk’. De volgende dag krijgt de ene zoon een trap van een wild paard en breekt zijn been. De buren zeggen: ‘De boer heeft geen geluk’. De week erna komt er een bende langs die overal jongens meeneemt. Bij deze boer wordt de ene zoon niet meegenomen, omdat hij een gebroken been heeft. De buren zeggen: ‘De boer heeft geluk gehad’.

Als je bij het weggelopen paard blijft stilstaan, dan is het een ongeluk, maar als je het grote plaatje bekijkt, dan is het een geluk geweest. Wij overzien vaak niet het gehele plaatje en erkennen of ontkennen God door wat wij in ons beperkte blikveld zien. Maar is dat wel realistisch?

God heeft ons mensen niet beloofd, dat Hij er voor zal zorgen dat wij hier op aarde geen tegenslagen zullen hebben. Maar als gelovige ben ik toch wel heel gelukkig en dat komt omdat ik de tegenslagen zie als onderdeel van het grote plaatje. Want God heeft beloofd dat alles zou meewerken ten goede.

Wij weten dat, voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede (Rom. 8:28a)

Dit zet alles wel in een ander perspectief. God heeft het grote plaatje voor ogen en daarin werkt alles mee ten goede. Dus ook de tegenslagen. Het najagen van mijn eigen tijdelijke geluk is niet mijn doel, omdat ik daar toch geen grip op heb. God weet wat er morgen gaat gebeuren en daarin geef ik mij over en vertrouw erop dat Hij het allemaal voor Zijn doel zal gebruiken. Dat geeft rust voor wie God liefheeft.

Gerke Boersma
Petra gemeente Bolsward

Wilt u reageren, dan kan dat via de mail


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *