Landelijke ophef beloning toezichthouders Patyna

Bolsward/Joure – Landelijk is er vandaag veel ophef ontstaan over de beloning voor de nieuwe leden van de raad van toezicht van zorggroep Patyna.

Vier leden van de raden van toezicht van de zorggroepen Tellens (Bolsward) en Plantein (Joure) die meegaan naar de fusiegroep Patyna hebben volgens de verschillende media de beloning voor hun werk met 25 tot 100 procent verhoogd. De ophef die hierover is ontstaan na een publicatie in De Telegraaf vindt voorzitter Henk Wilbers wel begrijpelijk maar niet terecht, aldus een artikel in de Leeuwarder Courant

Volgens die krant ontvangt Wilbers als voorzitter een brutovergoeding van 21.500 euro tegen 10.500 nu. De overige leden, Irene Barends, Sjoukje Faber en Avine Fokkens, krijgen voortaan 14.500 euro per jaar. In de oude situatie was dat rond de 8000 euro.

Op omrop Fryslan laat Wilbers weten dat de verhoging van het salaris volledig volgens de geldende norm van het ministerie van Volksgezondheid is. Hij snapt dat deze verhoging voor commotie zorgt, maar stelt dat er veel wordt verwacht van de leden van de raad van toezicht. Zeker nu er sprake is van een volledig nieuwe organisatie.

Zowel zorggroep Tellens als zorggroep Plantein hebben inmiddels een reactie op hun website staan. Hierin laat men weten dat de bezoldiging voor de toezichthouders de zeer recent verschenen richtlijnen van het Ministerie van VWS inzake de Wet Normering Topinkomens (WNT 2) volgt . Aan toezichthouders in de zorg worden andere eisen gesteld daar waar het gaat om kwaliteit en tijdsinvestering. Daarnaast speelt een rol dat Patyna, ontstaan uit Plantein en Zorggroep Tellens, door de fusie in zijn totaliteit een grotere en complexere organisatie geworden is.

Daarnaast laat men weten dat :”Ondanks het feit dat de vergoeding binnen de gestelde normen valt, betreuren wij de negatieve beeldvorming over Patyna. Wij zijn ervan overtuigd zijn dat de beoogde fusie een goede ontwikkeling is in de zorg in Friesland, zodat de inwoners van deze provincie ook in de toekomst dicht bij huis gebruik kunnen maken van de zorg”.