Rommert en de Duivel

ROMMERT EN DE DUIVEL.

Hij, een duivelskunstenaar?  Rommert de beeldhouwer? “Ah nee juh”, zouden Bolswarders rond 1490 gezegd hebben. Wat hun stadsgenoot maakte was op zich wel goed, maar zó geweldig? Nee, dat konden ze niet zeggen. Daarom keken ze er vreemd van op toen bekend werd dat juist hij de vererende opdracht kreeg van het kerkbestuur om een paar fraaie houten banken in de Broerekerk te ontwerpen. Bij goedkeuring mocht hij ze ook maken. En Rommert mocht aan de slag. Vreemd…….

Nog vreemder werd het toen later bleek hoe schitterend mooi de zitbanken waren gemaakt. Met griezelige perfectie werden de mooiste voorstellingen gesneden. ‘Is dat het werk van Rommert?’ Al gauw ging het praatje rond dat hij hulp van de duivel moest hebben gehad. Want kijk maar eens op dat ene paneel, daar staat de duivel zelf op afgebeeld met zeven bekken. Hoe weet Rommert dat zo precies? En zo ontstond uit vele kleine lasterpraatjes die ene grote.

Rommert had op een avond bezoek gekregen van een vreemdeling. De man kwam juist op tijd want hij had een aantal tekeningen voor een bankontwerp. Die kon hij juist goed gebruiken, want bij hem was de moed al bijna in de schoenen gezonken. Hoeveel ideeën waren er al niet in de prullenmand verdwenen? En kijk deze vreemdeling kwam met een aantal waarvan de een nog mooier was dan de andere. Ruilen? Waarvoor? Voor het eerste dat hij het volgend jaar ontvangen zou? Eigenlijk had Rommert geen keus, dus stemde hij, zonder dat zijn vrouw er iets van wist, toe.

Waar niemand meer op gerekend had gebeurde toch, zijn vrouw raakte op hoge leeftijd nog in verwachting. Precies op nieuwjaarsdag kregen ze een dochter. Een groot feest.  Maar dat werd bedorven door de vreemdeling die ’s avonds nog het kind kwam opeisen. Paniek! Rommert kreeg zes dagen bedenktijd. In die tijd vertelde hij zijn vrouw het hele verhaal.  Wat moesten ze doen,want zijn opdracht verliep boven alle verwachting. Zijn vrouw zon op wraak, de vreemdeling een koekje van eigen deeg te geven.

Op afspraak verscheen de vreemdeling op de avond van de zesde dag. Rommerts vrouw had alles klaar staan om heerlijke koeken te bakken. Zo verrukkelijk dat de vreemdeling die niet kon weerstaan. ‘Deze is wat klein uitgevallen, maar de volgende grote is voor u.’ Snel gooide de vrouw een grote taaie klont in de olie en bood die een poos later aan. Gretig zette de man zijn tanden erin, maar tot zijn schrik bleven die erin vast staan. Machteloos van woede stampte hij op de grond. Niets hielp. Toen kwam zijn ware gedaante tevoorschijn: een kop met zeven bekken! De duivel zelf. Hij kon zichzelf wel opvreten van woede, dat hij zich door een vrouw had laten beetnemen. Bij die gedachte staken de zes overgebleven bekken hun kaken open en ze vraten elkaar van ellende op. De duivel had zichzelf vermorzel door een list van een vrouw!

Het is een verhaal geworden dat de eeuwen door is gebleven, net zoals die twee banken van Rommert. Ze staan nog steeds in de Martinikerk. En Bolswarders hadden een scheldnaam om trots op te zijn!

(En die banken staan er echt red.)


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *